SPRINT: signalering en preventieve interventie bij antisociaal gedrag PO
Beschrijving van het onderzoek
Antisociaal gedrag bij kinderen is voor scholen een grote zorg. Het ongewenste gedrag van deze kinderen heeft een storende invloed op het klimaat op school, waar medeleerlingen en leerkrachten last van hebben. Daarnaast lopen kinderen die antisociaal gedrag ontwikkelen een groot risico om als tiener delinquent gedrag te vertonen. Er is een programma ontwikkeld om deze kinderen met antisociaal gedrag te signaleren en te helpen. Dit programma heet SPRINT. Bij SPRINT wordt een screeningsinstrument gebruikt om de kinderen op te sporen die risico lopen op het ontwikkelen van ernstig antisociaal gedrag. Door middel van gedragsoefeningen en rollenspel leren kinderen en hun ouders (nieuwe) vaardigheden. In de praktijk zijn aanwijzingen gevonden dat SPRINT mogelijk een positief effect heeft op het negatieve gedrag van het kind, waardoor de antisociale ontwikkeling doorbroken wordt. Het huidige onderzoek heeft als doel de effectiviteit van SPRINT vast te stellen.
Wat wordt verwacht van de deelnemende scholen?
In het kader van dit onderzoek worden basisscholen gezocht die geïnteresseerd zijn in het uitvoeren van SPRINT. Het gaat met name om scholen (regulier basisonderwijs) in de regio’s Utrecht, Noord-Holland en Flevoland. Bij alle scholen die deelnemen aan het onderzoek wordt tweemaal per jaar een screening uitgevoerd door de leerkrachten van groepen vier tot en met acht. Zij vullen voor iedere leerling een korte vragenlijst in. Voor een subgroep (ongeveer tien procent) van de leerlingen wordt een langere vragenlijst ingevuld. Het invullen van de vragenlijsten duurt in totaal ongeveer een uur per groep. Bij de helft van de scholen wordt naar aanleiding van de uitkomsten van de screening de SPRINT-training ingezet. Het kind en zijn ouders worden in twaalf individuele bijeenkomsten (gratis) getraind door een externe trainer. De gevraagde inspanningen van de school met betrekking tot de training zijn dan ook minimaal. Het kind en de ouder worden afzonderlijk getraind, maar zijn wel met complementaire vaardigheden bezig. Of op een school wel of geen training wordt geboden, zal door een loting worden bepaald. Op alle scholen wordt bijgehouden welke hulp de gesignaleerde leerlingen krijgen, los van het eventuele SPRINT aanbod. Ook wordt op alle scholen tweemaal per jaar door de leerkrachten extra vragenlijsten ingevuld voor kinderen die een antisociale ontwikkeling vertonen. Tot slot wordt gedurende het onderzoek twee maal een sociometrische taak in de klassen uitgevoerd.
Wat krijgen de scholen terug voor deelname
De uitkomsten van de screening kunnen gebruikt worden om ‘zorgleerlingen’ in het algemeen op te sporen. De gedragsprofielen die de screening oplevert en de aanvullende vragenlijsten die eventueel worden ingevuld, kunnen worden opgenomen in het leerlingdossier en geven op termijn een beeld van de emotionele ontwikkeling van de leerlingen. De uitkomsten van de sociometrische taak kunnen scholen meer inzicht geven in de sociale verhoudingen in de klassen. Scholen waar de SPRINT training wordt uitgevoerd hebben als voordeel dat zij kunnen profiteren van de effecten op het gedrag van de getrainde leerlingen.
Wilt u meedoen?
Indien een school geïnteresseerd is in het SPRINT effectonderzoek, dan kunnen zij contact opnemen met mevr. Inez Berends. Zij is projectleider bij PI Research, de ontwikkelaar van SPRINT. Zij is te bereiken via de mail (i.berends@piresearch.nl) of via de telefoon (020-6501533).
