Onderwijs Bewijs

Onderwijs Bewijs

Burgerschap

Op 1 februari 2006 trad de bepaling in werking die aan scholen voor primair en voortgezet onderwijs de opdracht geeft het ‘actief burgerschap en de sociale integratie’ van leerlingen te bevorderen. In het middelbaar beroepsonderwijs zijn op dit moment ontwikkelingen rondom burgerschap en kwalificatie-eisen (zie ‘Leren, Loopbaan en Burgerschap’). Actief burgerschap verwijst naar de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren, in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur. Burgerschapsvorming heeft vele aspecten, waar de definitie van de Onderwijsraad in het advies Onderwijs en Burgerschap (2003) een belangrijke leidraad bij is.

Doel is via experimenten te achterhalen welke methoden en interventies de burgerschapsvorming van kinderen bevorderen. Scholen staan vrij om methoden rondom burgerschapsvorming zelf in te vullen, maar er is behoefte aan duidelijke experimenten over wat echt werkt. Burgerschap is een thema dat zich goed leent voor meerdere interventies, maar er moet rekening worden gehouden met het isoleren van effectieve variabelen. Een goede duiding van de definitie en indicatoren is in het onderzoek naar burgerschapcompetenties cruciaal. Aandacht voor de wisselwerking tussen kennis en vaardigheden kan het onderzoek versterken.

Criteria Burgerschap

Vraagstelling/afhankelijke variabelen

Het onderzoek dient de effectiviteit te meten van methoden/interventies die:

  • rechtstreeks zijn gericht op het vergroten van burgerschapscompetenties bij leerlingen (lesmethoden)
  • docenten meer handelingsbekwaam maken in het onderwijzen van burgerschapscompetenties
  • of de omgeving van de school in zijn totaliteit meer geschikt maakt om burgerschapscompetenties bij leerlingen bij te brengen.

Effectiviteit blijkt uit:

  • een vergroting van de kennis over burgerschapsthema’s
  • vergroting van de vaardigheden op het gebied van burgerschap
  • een betere wisselwerking tussen kennis en vaardigheden bij de leerlingen
  • of een grotere handelingsbekwaamheid van docenten.

 

Onderzoek kan betrekking hebben op primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs.